Geldige Rss Feed

Geldige RSS Feed Geldige XML Feed


Geschiedenis van de (elektronen) flitser

Eerst even een stukje flitsgeschiedenis:

Omdat ik zelf Nikon en Canon camera's heb, gaat deze informatie voornamelijk over deze twee merken, maar de principes gelden voor alle merken. 

De eerste elektronische flits werd in Amerika uitgevonden in 1931. In die tijd moest je dus nog rekenen om de juiste instellingen voor de camera te vinden. Men wilde dat natuurlijk automatiseren. Daarom monteerde men op de flitser een sensor die de hoeveelheid gereflecteerd licht (dat terugkwam van het onderwerp) ging meten, en de stroom naar de flits afsloot, wanneer voldoende licht op het onderwerp was geweest. Dit was een zeer grote verbetering. Er zijn nu zelfs nog flitsers die volgens dit principe werken. Het nadeel van dit systeem is dat een donker onderwerp veel te veel licht krijgt (er wordt immers weinig licht gereflecteerd) en een licht onderwerp veel te weinig (er wordt immers veel licht gereflecteerd). Bovendien kon de sensor wel een veel meer of minder gebied bestrijken dan de lens van de camera.

In de zeventiger jaren werd daarom door Olympus de TTL meting geïntroduceerd. TTL betekent: Through The Lens, oftewel: door de lens. Hierbij zit de sensor in de camera, en meet het, door het onderwerp gereflecteerde licht, door de lens, gereflecteerd door het filmoppervlak, op de sensor. Wanneer het onderwerp genoeg licht had gekregen, werd de stroom naar de flitser uitgeschakeld. Canon had met de T90 pas tien jaar later een TTL camera.

TTL meting was een grote verbetering in de flitsfotografie. Er werd nu door de lens gemeten, dus allen het gebied dat op de foto kwam. Dit was veel nauwkeuriger dan met een externe sensor. Nadeel was dat het licht voornamelijk gemeten werd in het centrum van de compositie, waardoor een onderwerp dat niet in het centrum zat, dus niet de juiste belichting kreeg.

Canon introduceerde daarom multipoint meting. Met meerdere sensors werd er nu TTL gemeten, waardoor een meer gebalanceerde meting werd verkregen.

Nikon introduceerde in de negentiger jaren 3D meting, waarbij ook de gemeten afstand werd meegenomen in de belichting. Dit kon doordat de camera's inmiddels autofocus lenzen hadden gekregen, en Nikon gebruikte deze informatie. Canon ging pas in 2004 3D meting gebruiken in zijn E-TTL II systeem.

Canon introduceerde met de T90 tevens A-TTL meting. Deze gebruikte een voorflits, die samen met het aanwezige licht, (alleen in de P stand) een diafragma instelde op de camera, en tevens de flits regelde. Dit was al een zeer geavanceerd systeem, want bij een hoge licht sterkte werd bijvoorbeeld automatisch gezorgd voor een invulflits, om harde schaduwen in het onderwerp te verzachten. Tevens kon je toen al kiezen voor synchronisatie op het voorste of op het achterste gordijn. De A-TTL sensor bevond zich voor op de flitser achter een filter, en niet in de camera. Hij werkte echter wel samen met de TTL sensor in de camera, maar alleen in de P stand. Er waren ook nadelen, want eigenlijk werd met de voorflits alleen heel grof gemeten hoeveel licht er terug kwam, waarmee voornamelijk werd bepaald of het onderwerp dichtbij of veraf was. In de andere standen zoals Av, Tv en M werd de voorflits helemaal niet gebruikt. Bovendien werd er bij indirect flitsen (flitsen via bijv. het plafond) geen gewone, nauwelijks waar te nemen, voorflits gegeven, maar een volle flits. (niet leuk tijdens een feestje, iedereen heeft zijn ogen dicht als reactie op de voorflits, op het moment dat de foto wordt gemaakt met de hoofdflits.)

In 1995 introduceerde Canon de E-TTL flitstechnologie, E-TTL staat voor Evaluative Through The Lens. Hierbij wordt weer gebruik gemaakt van een kleine voorflits, maar nu wordt het gereflecteerde licht wel gemeten door sensors in de camera.

In 2004 introduceerde Canon E-TTL II Hierbij zijn 2 grote verbeteringen toegepast: De op het objectief ingestelde afstand wordt meegenomen in de berekening en er wordt gemeten voor en tijdens de voorflits, waarbij het verschil wordt bekeken in verschillende zones, van het gereflecteerde licht. Hiermee wordt o.a. voorkomen dat sterk reflecterende oppervlakken er voor zorgen dat de rest van het onderwerp te weinig licht krijgt. Dit was een groot probleem met de E-TTL methode. Doordat de op het objectief ingestelde afstand wordt meegenomen, krijg je veel betere resultaten met indirecte flitsbelichting (bijv via het plafond).

Let op dat alleen de nieuwste camera's van Canon gebruik maken van E-TTL II, en dat de meeste (maar niet alle) Canon EF objectieven de afstand aan de camera doorgeven. 

 

 

 Op de volgende pagina:   Het probleem van de luchtbellen





Meest bezochte pagina's:

Scherpstelling  

Wat is de toekomst van analoge fotografie

Veel plezier met het lezen van deze site.

--Deze website is gemaakt door Frans Rumpff--